Op fietse
Op een lang familieweekend bij Zeeland hebben we onze toerfietsen mee. We peddelen weer heel wat kilometers weg. Daarbij moeten we accepteren dat we worden ingehaald door hele pelotons elektrische fietsen, vaak met veel jongere berijders. We houden ons vast aan onderzoek, waaruit blijkt dat wanneer je elektrisch fietst je nog geen kwart van de energie gebruikt als op een gewone fiets.
Op een dijk bij een prachtig meer stoppen we even. We zitten net op het bankje of we horen: “tsjonge, het is best wel warm”. Dat hadden wij ook al gemerkt. Achter ons stopt een vrouw van ongeveer onze leeftijd op een driewieler. Terwijl ze in vrolijk Rotterdams voortbabbelt, begint ze aan haar rechterbeen te sjorren. Even later staat haar kunststof onderbeen tegen de driewieler aan: “ja, ik fiets inderdaad heel wat af. Vorig jaar nog naar Santiago de Compostella, maar toen moest ik na 600 kilometer stoppen”. Ondertussen haalt ze een bezwete sok van haar roodachtige stomp. Het gaat met een vanzelfsprekendheid alsof ze een ander jasje aandoet. Een schone sok gaat er overheen. “Ja, anders zit het niet lekker”. Dat snappen we. Het been wordt er weer aangeschroefd, terwijl we horen dat ze al vanaf 1991 met 1 been door het leven gaat. Na een tijdje groeten we elkaar hartelijk, “nee, gaan jullie maar eerst, ik kom wel, doeg”.
Een week later zit ik wel op een elektrische fiets. Zwartemeer bestaat 155 jaar en dat moet worden gevierd. Als opening is bedacht dat de kinderen van de twee scholen een stukje met de burgemeester fietsen. Dat is met meer dan honderd kinderen al gauw een hele toer. Een meter na de start ligt de eerste kleuter al op de grond. De fietsen zijn prachtig versierd. Het is een plaatje uit de jaren 50. De kinderen zullen dit hun leven lang onthouden. Ik herinner me ook nog wel zo’n fietsfeestje.
Ze mogen niet voorbij de burgemeester. Dat vinden een paar kleine mannetjes maar zozo; ze fietsen de hele tijd een banddikte voor. De koppies glunderen. Het wordt nog mooier als de burgemeester net doet of we verdwaald zijn, “ik zie de school helemaal niet meer”! Tien kinderen wijzen naar rechts, terwijl hun voorwiel gevaarlijk zwabbert. Prachtdorp Zwartemeer gaat ongetwijfeld een mooie feestweek beleven.
Aan het eind van die week sta ik op De Muur van Emmen. Daar vindt de warming up plaats van het NK Veldrijden. Er worden wat testrondjes gefietst, waarbij De Muur elke keer toch wel pittig blijkt te zijn. Ik sta er met respect naar te kijken. Maar stilletjes denk ik toch aan die vrolijke mevrouw met dat ene goede been; zij levert misschien wel een grotere prestatie dan de toekomstig Nederlands kampioen veldrijden.

