K

20 januari 2026
Column burgemeester

In de jaren zeventig collecteerde ik samen met mijn moeder voor KWF. Als je een jaar of 15 bent, doe je niet zo heel veel dingen samen met je moeder. Maar hier hoefde ik niet lang over na te denken. Haar moeder, mijn oma, was een paar jaar eerder op een heel nare manier aan de ziekte overleden. Ik zie het beeld nog voor me, moeizaam slikkend en kauwend op het tijdelijke logeerbed in de achterkamer van mijn oom. Dat maakte als kind diepe indruk op me. 

Nu waren we altijd opgevoed met het idee om wat te betekenen voor ‘goede doelen’. Besteed 1 procent van je inkomen aan mensen die er minder goed voor staan, was al snel voor mij een uitgangspunt. Nu zijn er veel goede doelen, maar geld voor onderzoek en bestrijding van die beroerde ziekte bleef voor mij altijd wel op 1 staan. Daarvoor bood de wereld van de inzamelingsacties heel veel kansen. Elk jaar was er wel weer een wandeltocht, fietstocht, veiling of collecte aan de orde.

Toen ik bijna 20 jaar geleden burgemeester werd, vormde ik mijn eigen Burgemeestergoededoelenpot. Voor elke ‘klus’, bijvoorbeeld als veelgevraagd dagvoorzitter, liet ik een bedrag storten in deze pot. Zo had ik nog meer kansen ter nagedachtenis aan mijn lieve oma. Bovendien word je als burgemeester aan de lopende band benaderd om mee te doen aan acties. Alpe d’Huzes was daarbij een bekend terugkerend voorbeeld.

In 2017 was mijn eerste werkbezoek als burgemeester van Emmen bij Sigrid’s Garden. Een inloophuis voor (ex-)patiënten van deze beroerde ziekte. Bij mijn afscheid in Aa&Hunze had ik om een bijdrage voor dit inloophuis gevraagd in plaats van de gebruikelijke cadeaus.
Net zo graag ondersteunde ik Jasmijn. Het lieve meisje werd al op jonge leeftijd ziek. Ze moest een reeks loodzware behandelingen ondergaan in het Prinses Maxima-centrum. Bij het kampioenschap van FC Emmen zat ze in een rolstoel op het podium. Duizenden supporters staken haar een hart onder de riem. Na twee jaar overhandigde ze mij tijdens een ontroerende ontmoeting op mijn werkkamer een imposante kralenketting, waarbij elke kraal voor een behandeling stond.

In al die jaren stond ik nooit stil bij het feit dat jezelf ook wel eens te maken zou kunnen krijgen met deze ziekte. Toch overkwam het mij in het najaar. Na een operatieve ingreep, bleek uit de scan dat er gelukkig geen ‘uitzaaiingen’ waren. Nu volg ik een preventieve kuur om er zeker van te zijn dat er geen ‘spoortjes’ zijn. Gelukkig heb ik daar niet teveel last van en blijf ik gewoon aan het werk. Maar mijn haar valt wel zichtbaar uit. Er zijn ergere dingen, zou mijn lieve moeder (en oma) hebben gezegd. Dat haar komt wel weer. Net als het definitieve medicijn voor deze beroerde ziekte. Blijf daarom de mensen en de fondsen steunen, bijvoorbeeld Sigrid’s Garden in Emmen. 

Chat met een medewerker