Rolstoel

07 juli 2026
Column burgemeester

Het leek alsof het zo was georganiseerd. De ‘Rolstoelvierdaagse’ van De Holdert viel samen met een gala-feest van geslaagde leerlingen. Zij laten zich brengen in de meeste luxueuze auto’s, van Hummers tot sjieke Rolls Royces. 
Als de eerste etappe van de Rolstoelvierdaagse bijna bij de finish is, kruisen de evenementen elkaar. Gelukkig houden verkeersregelaars een oogje in het zeil. De rolstoelers vergapen zich aan de oude auto’s. “Die ken ik nog wel,” zegt een oude man. In de auto’s kijken de jongeren wat verbaasd naar de stoet van zo’n 75 rolstoelen. 

Het is al een traditie geworden. Elk jaar doe ik een avondje mee. Soms bij de slotetappe. Nu laat de bomvolle agenda alleen de eerste van vier etappes toe. In mijn openingswoord bedank ik vooral de vrijwilligers die dit evenement mogelijk maken. Bovendien krijgt het Holdert-personeel het elk jaar ook weer voor elkaar. Knap, al is het maar omdat werken in de zorg op zich al een stevige klus is. Er volgt een hartelijk applaus. 
Daarna gaan we los. Er zijn genoeg rolstoelduwers. Dat geeft mij de mogelijkheid om elke keer wat ander gezelschap te zoeken. Ik zie de oudjes genieten. Ik ken er heel wat van, dus dat geeft leuke gesprekjes, “burgemeester, hoe is het nou met de kleinkinderen”. Maar eerlijk gezegd mis ik ook wel wat gezichten. Hoe zou het met die meneer zijn, die ook uit Den Haag kwam. En waar is die lieve vrouw met dat ene been? 

Onderweg houden we de humor erin. Dat is bij zo’n leuk gezelschap niet zo’n truc. Op de overweg bij het station werkt het altijd goed om net te doen alsof de bel van de spoorbomen luidt. Een bewoner met een PSV-petje verbied ik om morgen weer mee te doen. Daar moet hij smakelijk om lachen. Vroeger hadden burgemeesters nog gezag. Onderweg moeten allerlei ‘letters’ worden gevonden. Daarmee komt gaandeweg de etappe een woord in beeld. Ik benoem aan de lopende band letters (“gemeentehuis”), maar dat blijkt niet de bedoeling. En als ik de ranja uitdeel en voor een foto “tien euro” vraag, wordt er hard gelachen. 

Maar tussen alle grappen en grollen overheerst de ernst. Op een simpel “hoe gaat het met u” volgen soms de ontroerendste verhalen. “Ja, het gaat wel, maar het was mooi geweest als zij er ook nog bij was””. Of: “ik zei laatst nog tegen mijn kinderen, ik heb een heel mooi leven gehad”. Ondertussen krijg ik tien keer de vraag gesteld “hoe het nu met de burgemeester gaat”.

Als we weer bij De Holdert zijn, zie ik alleen maar glunderende gezichten, als kinderen na de Avondvierdaagse. Zo maar een fijne zomeravond in een leven dat niet helemaal meer vanzelf gaat. 

Chat met een medewerker