IKEA
“Waar in je leven is het fout gegaan als je ’s ochtends om half 8 in pak aan het ontbijten bent in de McDonalds in Barendrecht”? Jaren geleden schreef ik eens een column met deze openingszin. Ik was de nacht voor een VNG-congres aangekomen in een nabij gelegen hotel in Barendrecht. De volgende ochtend ging ik een stukje hardlopen. Daar viel mijn oog op de treurigste McDonalds van Nederland. En achter het raam allemaal mannen van mijn leeftijd die een ontbijtje naar binnen werkten.
Met enige afwisseling zou ik nu kunnen schrijven: waar in het leven is het fout gegaan als je op een zondagmiddag om half 3 in de IKEA Amsterdam in de rij staat, terwijl op hetzelfde moment Feyenoord-Ajax begint… . Middelste Dochter verhuist weer eens een keer. Op de heenweg rekenden we uit dat dit de 19e (!) keer was in haar 32-jarig bestaan. Let wel, tot haar 18e verhuisde ze 1 keer.
Nu helpen we maar weer eens een handje. Onder andere met een ritje naar de plaatselijke IKEA. We gaan vanaf haar nieuwe huis in het centrum van Amsterdam om ongeveer 1 uur weg. Ik dacht nog: de aftrap van De Klassieker halen we met gemak. De IPad is niet voor niets mee. We zijn de straat nog niet uit of ik begin al te twijfelen. Het centrum van Amsterdam is omgebouwd tot een groot woonerf, waar je blij mag zijn dat je sneller rijdt dan de loopfiets van Geweldige Feyenoord-Kleinzoon Jelte. Stoplichten zijn zo ingesteld dat je steevast voor rood komt te staan. Bij groen wordt hooguit 1 auto per keer doorgelaten. Onderweg rijden we ook nog eens langs de Arena, waar ik ook niet meteen vrolijk van word. Even denk ik tegen wie die club uit 020 vandaag moet spelen. Maar dan weet ik het weer. In het mooiste voetbalstadion van Nederland, om half 3.
Na een half uur bereiken we de IKEA-vestiging. Die ziet er van buitenaf beangstigend groot uit. “Je weet toch wel wat je moet halen,” vraag ik tegen beter weten in.
De looproute in de winkel is fascinerend. Eerst loop je verplicht slingerend als op het WK slalom op de bovenverdieping langs een enorm assortiment woonartikelen. “Moet je niks kopen,” vraag ik voor de zekerheid. Maar dat blijkt op de benedenverdieping te moeten gebeuren. Je gelooft het niet, maar daar lopen we in spiegelbeeld slalommend dezelfde route.
Ik stuur de kar die langzamerhand vol komt met spullen. Die zijn wellicht niet allemaal overbodig, maar hadden zeker dichterbij gekocht kunnen worden.
Na honderden meters slalom bereiken we eindelijk om half 3 de lange rij voor de kassa. Ik hoor heel ver weg het fluitje in De Kuip.

