Beter
Nog een beetje onwennig stap ik het ziekenhuis uit. Als een zeehondje dat uit een krat wordt gelaten op het open wad. Onwennig, maar ook wat ongelovig. Zou dit voorlopig de laatste keer zijn dat ik daarbinnen moet zijn?
Het is kort na de zomer dat ik een knobbeltje in mijn borst ontdek. Een paar onderzoeken later blijkt het “foute boel”. En weer een paar weken later zit je in de mallemolen van allerlei gesprekken, scans en ingrepen. Het besef daalde amper in dat je ineens tot een andere categorie behoort. Er volgen spannende tijden. Allereerst een scan, “we bellen u volgende week”. Ik heb wel eens beter geslapen. Minstens zo spannend was het genetisch onderzoek. Zou de ziekte ook erfelijk kunnen zijn? Zouden onze drie dochters daarmee ook belast kunnen zijn? Of de net geboren kleindochter lieve Nienke? Die (gelukkig geruststellende) uitslag liet meer dan een maand op zich wachten …
Na twee operaties startte de behandeling. Zestien ochtenden een chemokuur in een zaaltje in Hoogeveen. Gelukkig werd mijn wens gehonoreerd om wat “achter de schermen” te worden behandeld. Daar bracht ik de les in de praktijk van Ernie en Bert. Zij zingen: “maak er wat van”. Er waren genoeg vrienden en dochters die zeiden dat ze gerust een keer langs wilden komen. Er volgden zestien mooie ontmoetingen met waardevolle gesprekken. Over ziek zijn en de behandeling, maar vooral ook over de waarde van (over)leven, de dingen die er echt toe doen en de liefde. De geweldige verpleegsters hadden er wel lol om: “en wie heeft u vandaag als gast”?
Na een korte onderbreking volgt er een hele serie bestralingen. Gelukkig kunnen die in Emmen plaatsvinden. Al is het maar omdat dit veel makkelijker te combineren is met een drukke baan. Het wordt mentaal een zware periode. Dat ligt niet aan de verzorging. Maar 3 weken lang elke dag een half uur in een ziekenhuis maakt een mens niet vrolijk. Helemaal niet als in kleedruimtes teksten staan als: “denkt u eraan om uw eigen gebittenbakje mee te nemen” (ik wou dat ik het verzon).
Het was een raar jaar. En natuurlijk had ik ook wel eens piekermomentjes. Of baalmomentjes als het hardlopen maar matig lukte. En tegelijk ben ik een dankbaar mens. Dankbaar voor alle liefde en zorgzame aandacht die ik in de afgelopen periode mocht ontvangen. Honderden kaartjes en mailtjes, Tientallen fruitmanden, boeken en bloemstukken. Reeksen appjes. Maar vooral dankbaar voor al die mensen die oprecht vroegen “hoe gaat het nu met u”. En ja, als die vraag tien keer op een dag wordt gesteld, ben je misschien wel eens onredelijk kortaf. Maar tegelijk besefte ik dat beter worden in Emmen niet gauw beter kan.

