Grondwateroverlast
Door klimaatverandering komen zware regenbuien steeds vaker voor. Heeft u last van (grond)water in uw tuin, kelder of kruipruimte? Dan bent u zelf verantwoordelijk voor een goede afvoer van het water. Wanneer (grond)water niet goed wordt afgevoerd, heeft dit gevolgen voor uw tuin en woning. Op deze pagina leest u wat de oorzaken kunnen zijn en wat u zelf kunt doen.
Elke situatie is anders. Laat daarom altijd een deskundige beoordelen welke oplossing het beste past bij uw woning en perceel. Heeft u vragen of wilt u meer informatie? Neem dan contact op via 14 0591.
Bekijk het actuele grondwaterpeil in uw buurt op de kaart(externe link).
Wateroverlast in uw tuin
In Drenthe komen op veel plaatsen veen- en leemlagen in de bodem voor. Regenwater kan hierdoor moeilijk wegzakken. Er kunnen plassen ontstaan en uw tuin kan lang nat blijven.
Er zijn verschillende manieren om wateroverlast in uw tuin te verminderen. Laat vooraf altijd een deskundige beoordelen welke maatregel geschikt is voor uw situatie.
Wat kunt u doen?
Bodemlagen doorbreken
Door gaten te maken in een veen- of leemlaag kan regenwater beter naar diepere grond wegzakken. Dit kunt u doen met een edelmanboor. Tijdens het boren wordt een pvc-buis van 100 mm (10 cm) mee naar beneden geduwd. De buis zorgt ervoor dat het boorgat open blijft. Daarna wordt het gat gevuld met waterdoorlatend materiaal, bijvoorbeeld straatzand gemengd met grind. De pvc-buis wordt tijdens het vullen langzaam omhooggetrokken. Het regenwater kan daarna via het waterdoorlatende materiaal naar beneden zakken.
Waar en hoeveel boringen nodig zijn, hangt af van de plek waar u wateroverlast heeft. Een richtlijn is 5 tot 8 boringen langs de gevel van een gemiddelde woning. Het boorgat moet ongeveer een halve meter onder de veen- of leemlaag uitkomen. Met een edelmanboor kunt u niet onder de grondwaterstand boren. Daarom kunt u deze maatregel het beste in de zomer uitvoeren. Dan staat het grondwater meestal het laagst.
Een waterdoorlatende sleuf aanleggen
In de openbare ruimte zijn veen- en leemlagen vaak verwijderd, bijvoorbeeld bij de aanleg van riolering of een weg. Hierdoor kan water daar makkelijker wegzakken. De grondwaterstand kan op openbaar terrein daardoor lager zijn dan op uw terrein. Door een sleuf met waterdoorlatend materiaal aan te leggen, kan regenwater vanaf uw terrein naar de openbare ruimte wegzakken.
De sleuf wordt vanaf de gevel van uw woning naar de openbare weg aangelegd. U kunt deze met de hand uitgraven of hiervoor een kleine graafmachine gebruiken. De sleuf moet tussen de 0,5 en 1,5 meter breed zijn en ongeveer 30 centimeter in de veen- of leemlaag liggen. Vul de sleuf met waterdoorlatend materiaal, zoals straatzand gemengd met grind.
Drainage aanleggen
Heeft u last van plassen, drassige grond of slecht groeiende planten? Dan kan drainage helpen. Een drainageleiding voert grondwater uit uw tuin af. Hierdoor daalt de grondwaterstand rondom de drainage. Een drainageleiding is een buis met gaatjes. Deze wordt onder de grond in uw tuin gelegd. Het overtollige grondwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater in de buurt, zoals een sloot of vijver, of naar het riool.
Voor de aanleg wordt een sleuf gegraven. Daarin komt de drainageleiding. Rondom de leiding wordt de sleuf gevuld met waterdoorlatend materiaal, zoals grind of grof zand. De rest van de sleuf wordt gevuld met straatzand. Let erop dat u niet onder of naast de fundering van uw woning graaft.
Wateroverlast in uw kelder of kruipruimte
Is uw woning na 1992 gebouwd? Dan heeft u een dampdichte betonnen vloer. De maatregelen hieronder zijn dan niet nodig.
In oudere woningen kan grondwater soms in de kelder of kruipruimte komen. Hierdoor kan de luchtvochtigheid hoog worden, vooral in het najaar. Vochtige lucht kan via kieren en openingen voor leidingen naar de begane grond komen. Dit kan vochtproblemen in uw woning veroorzaken.
Er zijn verschillende manieren om dit te voorkomen. Laat vooraf altijd een deskundige beoordelen welke maatregel geschikt is voor uw situatie.
Wat kunt u doen?
De kruipruimte minder diep maken
Door uw kruipruimte minder diep te maken, voorkomt u dat er grondwater in komt. Hierdoor wordt de luchtvochtigheid in de kruipruimte lager. De kruipruimte moet voor deze maatregel minimaal 0,7 meter hoog zijn. Zo blijft er na het minder diep maken voldoende ruimte over. Breng daarna een vochtwerende laag aan op de bodem van de kruipruimte. Hiervoor zijn verschillende materialen mogelijk.
- polystyreen opvulmateriaal, zoals isolatieparels en thermochips. Dit materiaal is licht en zorgt daardoor voor weinig extra belasting van de fundering. Het is ook eenvoudig aan te brengen en werkt isolerend;
- zand of schelpen. Zand is zwaarder en zorgt daardoor voor meer belasting van de fundering.
De ventilatie verbeteren
Door de ventilatie in uw woning te verbeteren, wordt de luchtvochtigheid lager. Hierdoor ontstaan minder snel schimmels en vochtplekken. Ook komt er minder vochtige lucht vanuit de kruipruimte naar de begane grond. Het liefst stroomt de lucht van de voorgevel naar de achtergevel. Zo wordt vochtige lucht naar buiten afgevoerd. Alleen betere ventilatie is vaak niet genoeg om vochtproblemen helemaal op te lossen.
Het regelmatig gebruiken van klepramen en ventilatieroosters kan al helpen. Maak ventilatieopeningen ook regelmatig vrij en schoon. Zo verbetert u de luchtcirculatie met de bestaande ventilatie.
In een kelder of kruipruimte kunnen extra ventilatieopeningen nodig zijn. Voor goede ventilatie zijn minimaal drie goed werkende ventilatieroosters per twee tegenoverliggende gevels nodig, bijvoorbeeld aan de voor- en achterkant van de woning.
Heeft uw woning een spouwmuur? Dan kan het helpen om de ventilatie in de spouwmuur te verbeteren. Dit kan door open stootvoegen aan te brengen. Ook hiervoor geldt een minimum van drie stootvoegen per twee tegenoverliggende gevels.
De kelder of muren waterdicht maken
Komt de fundering van uw woning onder het grondwaterniveau? En is het metselwerk poreus? Dan kan water via de muren omhoogtrekken. Een waterkerende laag in de muur kan dit vocht tegenhouden. Heeft u vochtproblemen aan de muren van uw woning of kelder, zoals schimmel, witte zoutvlekken, loszittend stucwerk of natte plekken? Dan zijn er verschillende mogelijkheden:
- waterafstotende vloeistoffen in de muur injecteren;
- een loodslabbe aanbrengen;
- een laag glas aanbrengen.
Deze methoden kunnen aan de binnen- en buitenkant van de muur worden toegepast. Bij een kelder kunnen alleen waterafstotende vloeistoffen worden geïnjecteerd.
De begane grondvloer dampdicht maken
Is de vloer van de begane grond niet dampdicht? Dan kan vochtige lucht vanuit de kruipruimte naar de woning stromen. Dit kan via kieren, openingen voor leidingen en het kruipluik. Bij een houten vloer of een oudere vloer van holle baksteen kan ook vocht door het materiaal zelf komen.
U kunt de begane grondvloer op verschillende manieren dampdicht maken:
- kieren en openingen rond leidingen dichtmaken met kit of purschuim;
- een dampdichte laag onder de hele vloer aanbrengen:
- bij een houten vloer: aluminiumzakken;
- bij een betonvloer: polyurethaan;
- zijn de vloerbalken ernstig aangetast door vocht? Dan kunt u overwegen de vloer te vervangen door een combinatievloer;
- de vloer vervangen door een nieuwe, dampdichte vloer.
Drainage aanleggen
Heeft u water in uw kelder of kruipruimte? Dan kan drainage helpen. Een drainageleiding voert grondwater rondom uw woning af. Hierdoor wordt de kruipruimte of kelder minder nat en daalt de luchtvochtigheid. Een drainageleiding is een buis met gaatjes. Deze wordt onder de grond rondom uw woning aangelegd. Het overtollige grondwater wordt afgevoerd naar oppervlaktewater in de buurt, zoals een sloot of vijver, of naar het riool. Voor de aanleg wordt een sleuf naast uw woning gegraven. Daarin komt de drainageleiding. Rondom de leiding wordt de sleuf gevuld met waterdoorlatend materiaal, zoals grind of grof zand. De rest van de sleuf wordt gevuld met straatzand.
Let erop dat u niet onder of naast de fundering graaft.
Onderhoud van drainage
Om de drainage goed te laten werken, is regelmatig onderhoud nodig. Gemiddeld moet dit elke 1 tot 2 jaar gebeuren. Om verstoppingen te voorkomen, moet de drainage worden doorgespoten. Het systeem kan verstopt raken door ijzerafzetting, schade, verzakkingen of wortels. Vooral als de drainageleiding een groot deel van het jaar onder de grondwaterstand ligt, is regelmatig onderhoud belangrijk.
Wateroverlast rondom uw huis
In Drenthe komen op veel plaatsen veen- en leemlagen in de bodem voor. Deze lagen kunnen inklinken, oftewel inzakken. Hierdoor kan de waterafvoer rondom uw woning problemen geven. Ook nieuwe bestrating of verharding kan verzakken. Er zijn verschillende manieren om wateroverlast rondom uw woning te verminderen.
Laat vooraf altijd een deskundige beoordelen welke maatregel geschikt is voor uw situatie.
Wat kunt u doen?
Verzakte bestrating
Loopt de bestrating op uw terrein af richting uw woning of een ander gebouw? Dan kan regenwater naar de gevel stromen. Het water kan vervolgens langs de muur naar uw kruipruimte of kelder lopen. Hierdoor kunnen vochtproblemen ontstaan. Door de bestrating van de woning af te laten lopen, voorkomt u dit.
Verwijder hiervoor de bestrating en vul de ondergrond aan met straatzand. Leg de bestrating daarna zo terug dat het water richting uw tuin of de openbare weg stroomt. Daar kan het water beter in de bodem wegzakken.
Verzakte hemelwaterafvoer
Hemelwater, oftewel regenwater, van daken en bestrating wordt meestal via een afvoer naar de openbare ruimte afgevoerd. Regenwater stroomt vanaf het dak naar de dakgoot en vervolgens via de regenpijp naar een ondergrondse afvoer. Als deze afvoer verzakt, kan de leiding breken of scheuren. Het water stroomt dan niet meer naar het riool, maar komt in de bodem terecht. Ligt de breuk dicht bij de woning? Dan kan regenwater in de kruipruimte of kelder terechtkomen. Hierdoor kunnen vochtproblemen ontstaan. Verzakte bestrating kan een aanwijzing zijn dat de hemelwaterafvoer beschadigd is.
Om te controleren of dit het geval is, graaft u de afvoer uit rondom de plek waar de regenpijp de grond in gaat. De schade zit vaak bij een bocht in de afvoer. U kunt de schade als volgt herstellen:
- Gebruik een zettingsmof om de afvoer te herstellen. Dit is een kunststof verbindingsstuk voor leidingen onder de grond.
- Bevestig de afvoer langs de gevel aan de buitenmuur. Is dit nog niet het geval? Gebruik dan montageband of ophangband. Gebruik geen beugels. Met een band van kunststof of metaal blijft de afvoer beter bestand tegen toekomstige verzakkingen.
- Vul de uitgraving weer op en leg de bestrating of beplanting terug.
