‘Ik hoef me niet meer te bewijzen’

Sonja

Maar liefst 34 jaar werkte Sonja op een basisschool in Emmerhout. Ze was leerkracht, intern begeleider en adjunct-directeur. Twee fusies - ‘we noemden het samenwerkingen’ - verliepen probleemloos, maar na de derde begonnen tot haar eigen verbazing de problemen. De functie van adjunct verdween en met een nieuwe collega klikte het niet. 

“Het begon ermee dat ik te horen kreeg dat ik coaching zou krijgen, maar toen ging het ineens over outplacement. Uiteindelijk werd me verteld dat ik geen groepsverantwoordelijkheid meer zou krijgen en dat ik beter wat anders kon gaan doen. Ik heb de zaak nog voorgelegd aan een advocaat, maar dat had geen zin. Na 34 jaar was ik blijkbaar ineens ongeschikt voor het onderwijs. Dat was mei 2012. Vanaf toen ging de knop om en was ik alleen nog maar bezig met overleven.”

Ontslag

Sonja maakte het schooljaar af en ging toen een outplacementtraject in. In het nieuwe schooljaar werkte ze tijdelijk op een andere school, maar uiteindelijk was de energie op. Nadat ze voor de tweede keer hoorde dat ze ontslagen zou worden, meldde ze zich ziek. Tot februari 2014 zat ze in de ziektewet. “Toen werd ik gezond verklaard en startte het ontslagtraject. Ik wist dat ik een uitkering aan moest vragen, maar het lukte gewoon niet. Steeds als ik mijn laptop opensloeg, blokkeerde ik. Ik vond het allemaal zó onterecht! Dus dan ging ik weer op zoek naar vacatures en stortte ik me op mijn vrijwilligerswerk.” 

In de loop van 2014 stopte haar salaris. “Ik heb me zeker nog een jaar kunnen redden. Ik ging steeds zuiniger leven en anders, minder eten. Alle extra´s gingen de deur uit, op kofferbakmarkten verkocht ik mijn kinderboeken. Aan het eind van de dag haalde ik overgebleven brood bij de bakker. Maar op een bepaald moment was mijn bankrekening leeg. Ik kon de huur niet meer betalen en kreeg steeds meer aanmaningen. Ik negeerde het, ik was druk met solliciteren, met het outplacementtraject, met vrijwilligerswerk.  Ik deed de post niet meer open en zorgde dat ik haast nooit thuis was. Ik hield mezelf voor de gek.”

Uit huis gezet

Op 7 Januari 2016 viel het doek. “De deurwaarder en een agent bonkten op mijn voordeur. Ze vertelden me dat ik mijn huis uit moest. De verhuiswagen stond beneden en ik had tien minuten om mijn spullen te pakken. Gelukkig was ik al aangekleed. Ik deed een pyjama, slippers, mijn dure sneeuwlaarzen, wat warme kleren en toiletspullen in een grote tas. Ook de telefoonoplader, digitale camera, laptop en e-reader gingen mee. En de boeken die ik van mensen geleend had, die konden natuurlijk niet achterblijven.” 

De agent vroeg of ik een plek had om heen te gaan. Dat had ik, ik ging naar mijn moeder en zus. Die schrokken enorm toen ik bij hen voor de deur stond. Logisch, want ik had nooit iets gezegd. Mijn zus had goede vrienden van me, een echtpaar, ingeseind. Ze wilden mijn schuld betalen, maar dat was te laat, zei de deurwaarder. Mijn vrienden waren boos, want ook tegen hen had ik niets gezegd. Net als tegen mijn loopbaancoach en andere mensen om me heen.”

Ook de doos met enveloppen had Sonja meegenomen. “Samen met een kennis heb ik alles op een rijtje gezet. Toen ging ik naar afdeling schuldhulpverlening van de gemeente. Maar daar zeiden ze: ‘Als u geen vast adres of een uitkering heeft, kunnen we niets voor u doen.’ Dat vond ik heel erg, dan zit je psychisch zó in de knoei, en dan sturen ze je naar huis met een folder.” 

De Breehof

Na twee weken bij haar moeder en een tussenstop bij een oom en tante, kwam Sonja uiteindelijk bij De Breehof in Nieuw-Amsterdam terecht. Dat was op 15 februari 2016. “Daar ben ik echt geweldig opgevangen. ‘Nu ga je eerst aan jezelf denken’, zeiden de begeleiders. Vervolgens hebben ze contact opgenomen met de gemeente en – via de rechtbank –  bewindvoering geregeld. Eindelijk werd ik geholpen! Ik kwam helemaal bij.” Sonja kreeg een bijstandsuitkering en - via de bewindvoerder - 45 euro leefgeld per week. “Daar hield ik nog 20 euro van over.” Ze schreef zich in voor een huisje in Veenoord en in augustus kreeg ze een woning toegewezen. 

Tijdens haar verblijf bij de Breehof stapte ze naar een psycholoog. “Er zat zoveel woede in me, dat moest er eerst uit. Hoe had het zo ver kunnen komen? Uiteindelijk was de conclusie dat ik als kind sociaal-emotioneel verwaarloosd ben. Om hulp vragen had ik afgeleerd en ook complimenten kwamen niet binnen. Ik had al heel jong bedacht dat ik het helemaal alleen moest doen. Door de gesprekken vielen alle stukjes op hun plek. Het heeft me veel opgeleverd. Ik hoef me niet meer te bewijzen en ben veel rustiger geworden.” 

Vrijwilligerswerk

Terwijl ze onder bewindvoering stond, greep Sonja alles aan wat voorbij kwam. Ze werkte bij de Studieboekencentrale in Emmen, deelde ervaringen bij de Vrouwenkrachtcentrale en deed mee met trainingen van Stichting Knip. Vaste prik was het vrijwilligerswerk bij de kerk. Dat zorgde er uiteindelijk voor dat ze nu weer voor de klas staat.  “De mensen van de kerk zijn mijn steun en toeverlaat! Een van hen vertelde dat ze op de Mytylschool invallers nodig hadden. Daar kon ik aan de slag en van het een kwam het ander. Sinds dit schooljaar heb ik vier dagen per week een eigen groep op een Montessorischool. Heerlijk!”
 
Binnenkort zijn haar schulden afbetaald. Toch laat ze de bewindvoering nog even doorlopen. “Pas als ik een vast inkomen heb, ga ik het weer helemaal zelf doen.  Ik ben veel te bang dat ik anders weer het overzicht kwijtraak.” Ze is even stil en zegt dan: “Het was een moeilijke tijd, maar ik voel me nu een rijker mens, mede dankzij mijn lieve vrienden en mijn fijne netwerk.”

Het belang van vrijwilligerswerk

"Ik raad iedereen aan om vrijwillgerswerk te gaan doen", zegt Sonja. "Je wordt gezien en gewaardeerd, je blijft onder de mensen. Zo ben ik ook weer aan de slag gekomen in het onderwijs".