‘Ik heb me nooit arm gevoeld’

Alie van der Weide

Drie jaar geleden was Alie van der Weide van haar schulden af. “Vroeger gaf ik te veel geld uit, nu ben ik bijna gierig. Alles wordt betaald en ik spaar ook nog. Schulden? Dat overkomt me niet nog een keer.”

Alie en haar ex-man hadden al eens eerder schulden. “We waren vooral onwetend. Als er geld was, gaven we het uit. Mijn ex-schoonvader heeft de schuld toen overgenomen. Heel lief natuurlijk, maar zo leerden we er niks van. Een paar jaar later was het weer mis.”

Het begon met het pgb-budget voor hun zoon. “Op het schoolplein riep iemand dat ik dat aan moest vragen. Dat deed ik. Dan krijg je ineens heel veel geld. Ik tekende een machtiging, onder meer voor een stage en een vereniging. Dat was een enorm bedrag, maar ja, wist ik veel! Uiteindelijk bleek dat we het pgb terug moesten betalen. Nu is dat veel beter geregeld, maar in 2011 kon het zo nog mis gaan.” 

Van kwaad tot erger

Alie’s ex-man was vrachtwagenchauffeur en Alie zelf werkte in de horeca. Toch liepen de schulden steeds verder op. “In het begin vul je het ene gat met het andere. Je denkt steeds ‘ik los het wel op’. Als ik deze maand nou even wacht met het betalen van de hypotheek, dan komt het goed. Maar het ging van kwaad tot erger. Op een gegeven moment stonden de deurwaarders op de stoep. Dan zat ik met mijn jongste dochter op de trap heel stil te zijn, net zolang tot ze weer weggingen.”

Uiteindelijk werd hun woning verkocht door de bank. “Dat leverde een restschuld op én we hadden geen huis meer. Ik klopte bij de gemeente aan voor hulp, maar daar werd ik naar huis gestuurd met de opmerking dat ik te laat was. Ook Sedna kon niets voor ons doen. Het Leger des Heils was heel behulpzaam, maar had geen plek voor het hele gezin. Gelukkig konden we toen een huis huren van een particulier in de Rietlanden. Daar hebben we een jaar gewoond. Daarna verhuisde ik met de kinderen naar een huurwoning van Lefier.” 

Bewindvoerder

Ondertussen had Alie de hulp ingeroepen van een bewindvoerder. “Ik zag hun advertentie in de krant. ‘Heeft u schulden?’ stond erboven. De eerste keer heb ik doorgebladerd, ik dacht dat het nog niet nodig was. De tweede keer heb ik gebeld. Dat was in 2008. Er kwam iemand bij mijn thuis die de post bekeek die ongeopend in de kast lag. Alles werd op een rijtje gezet. De bewindvoerder zorgde voor overzicht: dit wordt betaald, dat is je leefgeld en dat blijft er dat over voor de reservepot. Het was een enorme opluchting.”

Alie meldde zich aan voor de WSNP-regeling (Wet schuldsanering natuurlijke personen). “Dat duurt drie jaar, daarna ben je van je schulden af. De rechter beslist of dit mogelijk is. Voorwaarde is dat je twee jaar stabiel bent wat betreft inkomsten en uitgaven. Door mijn scheiding duurde dit wat langer, maar uiteindelijk kon het traject starten.” 

Bergop

Vanaf toen ging het weer bergopwaarts. “70 euro leefgeld is geen vetpot, maar het ging wel. Zeker toen ik bij de Voedselbank terecht kon. Dat scheelde! Ik kreeg mijn toeslagen en kwam in aanmerking voor de Participatiewebshop van de gemeente. En bij de cursussen van Stichting Knip heb ik veel geleerd over zuinig leven. Gerieke, een van de trainers, zei altijd: ‘Ook van huishoudgeld kun je sparen’. En dat bleek ook zo te zijn.” 

Alie is al weer een paar jaar van haar schulden af, maar doet het nog steeds van 70 euro per week. “Als het nodig is, zoals in de dure decembermaand, dan is het wat meer. En als ik te veel geld uitgeeft, pak ik het huishoudschriftje van Stichting Knip er weer bij. Zo houd ik overzicht en weet ik precies wat ik uit kan geven.”

Tegenwoordig werkt Alie bij Sodexo, een groot cateringbedrijf. Een baan die ze kreeg door haar hobby,  reddingszwemmen in het Aquarena. “Iemand van de groep vertelde dat ze mensen zochten bij Sodexo. Ik heb gesolliciteerd en ben aangenomen. Nu heb ik een jaarcontract.” Ze lacht. “Zo zie je maar weer waar reddingszwemmen al niet goed voor is!”

Onwetendheid

Achteraf denkt Alie dat een deel van haar problemen te wijten was aan onwetendheid. “Toen mijn contract bij een hotel niet verlengd werd, heb ik bijvoorbeeld geen ww-uitkering aangevraagd. Mijn ex-man had een baan, dus ik dacht dat ik daar niet voor in aanmerking kwam. Had ik wel gedaan, waren we ons huis misschien niet kwijtgeraakt.”

Ondanks alle narigheid had Alie nooit het gevoel gehad dat ze met haar kinderen in armoede leefde. “Iemand zei een keer tegen me ‘de voedselbank is toch voor arme mensen?’. Maar de voedselbank is ook voor mensen die net een euro te veel verdienen, waardoor ze geen toeslagen krijgen. Toen een van mijn kinderen vroeg of wij arm waren, zei ik: ´Nee hoor! Je hebt een telefoon, kleren, goede schoenen, een nieuwe fiets. We hebben te eten en een dak boven ons hoofd. Arm is als je echt niks hebt. Wij zijn niet arm.” 

“Het was zwaar”, zegt Alie tot besluit, “maar ik ben er sterker uit gekomen. Vooral omdat ik het zélf moest doen. Daar leer je het meest van. Als anderen het voor je doen, blijf je dezelfde fouten maken.”


Alie van der Weide