Corona

De jongste broer van mijn vader woont in een verzorgingshuis in Breda, hart van het Corona-gebied. Ik bel hem met een zekere regelmaat. Hij heeft zo’n beetje dezelfde stem als mijn overleden vader. Dat klinkt fijn. “Ja”, klinkt het wat krakend aan de andere kant van de lijn. Hij vindt het ook altijd mooi om mij aan de lijn te hebben. Nu helemaal. Hij was wat grieperig, zoals wel vaker om deze tijd. Maar als je boven de tachtig bent en in Brabant woont, maak je toch net wat meer zorgen. Hij zei het van de week ook al tegen Renske. Zo’n jongste dochter die dan zo maar uit zich zelf een oude oom belt. Dat vond hij ook al zo fijn. Want het is nu wel stil. Hij mag niet van de kamer. En het eten in de zaal heeft plaats gemaakt voor een dienblad met eten op de kamer. De verpleegsters hebben amper tijd voor een praatje, “ze zitten wat kort in elkaar”. Weer zo’n typische uitdrukking, die mijn vader ook had kunnen gebruiken. 

We praten wat door. Even denk ik aan het singletje dat de Bredase familie insprak voor mijn vader in Nederlands-Indië. Zo hielden ze toch contact: “hallo Albert, hier is Willy, je zusje. Hoe gaat het? Hier gaat het goed?”. Het plaatje zit in zijn scheepskist, die op mijn werkkamer staat. Nu hebben we telefoon, maar ook nu is even aanwippen er niet bij. 

Het zijn vreemde tijden. Het voordeel in Drenthe is dat we elkaar goed weten te vinden. Maar het lastige is dat ook wij afhankelijk zijn van mensen die veel meer verstand hebben van virussen dan burgemeesters hebben. We volgen de lijn van het Rijk en het RIVM. Daar is op zich niet zo heel veel mis mee. Maar ook zij lijken een wedstrijd te lopen, waarbij de haas steeds iets sneller loopt. Het is de hele tijd balanceren. Niet laks, niet nonchalant. Maar ook niet overhaast. Als ik vorige week de thuiswedstrijd van FC Emmen had verboden, was het huis te klein geweest. Maar de tijden veranderen nu snel. 

Op vrijdag zetten we als Drentse burgemeesters de klokken gelijk. Op zondag worden we rechts ingehaald. Het Rijk komt met een ingrijpend noodzakelijk besluit, dat misschien nog wel wordt uitgebreid. Volgens mij kan het niet anders. Laten we een typisch Drentse kwaliteit inzetten: naoberschap. Er zijn voor elkaar. Voor mensen zoals oom Bob.