Boekenweek

Eigenlijk begint de Boekenweek in Emmen een week eerder. De bibliotheek viert het 70 (!)-jarig bestaan. Op de feestavond mag ik na de bevlogen directeur het personeel nog even toespreken. Dat doe ik graag, tenslotte ben ik ook een tevreden klant. Er zijn weinig sectoren die zichzelf zo opnieuw hebben uitgevonden als de bieb. Thuis lees ik het prachtige boek van de Spaanse schrijfster Maria Dueñas uit (“Het geluid van de nacht”). Want als je zegt dat lezen belangrijk is, moet je het ook zelf doen.
 
In dezelfde week ben ik de juryvoorzitter van de voorleeswedstrijd in de schitterende bieb van Klazienaveen. Tien zenuwachtige pubers lezen na een korte introductie 5 minuten voor uit een boek naar keuze. Spannend, al is het maar omdat in de zaal veel (groot)ouders zitten. Sommigen kijken om zich heen, alsof ze er voor het eerst zijn. Het zou zo maar kunnen. Een loopje naar de bibliotheek, zoals ik nog wel eens in een schaarse middagpauze doe, vindt niet iedereen gewoon. Daarover had ik het eerder op de dag met een leuke groep PABO-studenten. Een van hen won de Voorleeswedstrijd en dan is een ‘Broodje Eric’ snel verdiend. Ik hoef niet alleen te eten en krijg er een mooi gesprek over kinderen en taal voor terug. Het zijn bevlogen studenten die vol passie vertellen hoe ze met hun kinderen op de stageschool aan de slag zijn. Je zou elk kind zo’n juf of meester wensen. Net zoals zij terecht vol lof zijn over hun ‘juf’ Anne op de PABO. Theo Thijssen zei het al: “op school leer je lezen en nog een paar dingetjes”. 

Op weg naar Amsterdam heb ik helaas weinig tijd voor een mooi boek. Er moet gewerkt worden. Daar word ik redelijk voor betaald, maar eerlijk gezegd is niet alle gemeente-literatuur even spannend. In de oudste bibliotheek van Amsterdam (1928) word ik hartelijk ontvangen door de directeur. We kennen elkaar van eerdere bijeenkomsten. Er zijn meer collega’s van hem, net als mensen van het ministerie. Ik mag namens de Vereniging Nederlandse Gemeenten meepraten over de toekomst van de bibliotheek. Ik zie prachtige voorbeelden van de ‘bibliotheek nieuwe stijl” voorbij komen. 

Met zijn allen gaan we daarna naar het Boekenbal. Ik ben niet zo van de vlinderstrik- feestjes, maar nu vind ik het wel leuk om bij het selecte gezelschap te horen. Het wemelt van de schrijvers in het echt. Van Jan Cremer tot een van mijn favorieten, Jan Siebelink. We krijgen in de klassieke schouwburg een boeiend programma voorgeschoteld. Na afloop wordt het ‘bal’. Dat is dansen en bier of wijn. Geen boek meer te zien. Ik geloof het dus wel na een uurtje. Bij het Boekenbal zijn er minstens 1000 mensen. Maar eigenlijk vond ik het net wat leuker in Klazienaveen met Danique. Niet de gemakkelijkste jeugd, maar ze won zo maar de Voorleeswedstrijd. Zoveel prijzen had ze nog niet in haar leven. Haar blije gezicht ontroert me. Oma fotografeert een schitterende kleindochter en een trotse burgemeester.